| |||||||||||||||||||||||||||||||
Nakomelingenonderzoek 2008Het nakomelingenonderzoek voor stamboekhengsten vindt plaats in het vijfde of het zesde dekseizoen. In het nakomelingonderzoek wordt het exterieur van de driejarige en eventueel oudere nakomelingen beoordeeld en vindt de beoordeling plaats van de nakomelingen in het verrichtingsonderzoek (ABFP-testen). Daarnaast wordt gekeken naar andere zaken als karakter, bijdrage tot bloedspreiding en eventuele erfelijke gebreken. Op basis van de verzamelde informatie wordt besloten of een hengst wordt goedgekeurd op basis van nakomelingen of dat de dekvergunning van de hengst niet wordt verlengd. Verrichtingsonderzoek In het kader van het nakomelingenonderzoek worden 20 nakomelingen getest in een ABFP-test. Op basis van de verkregen informatie uit deze testen kan een goede inschatting gemaakt worden van de sportaanleg van de hengst. Vanaf 2007 (hengsten die vanaf 2003 zijn goedgekeurd) worden alle paarden door het KFPS, a-select, geprikt. Dat wil zeggen dat er 24 nakomelingen worden geprikt, waarvan er minimaal 20 getest dienen te worden. Voor hengsten die het onderzoek in het vijfde dekseizoen afronden, betekent dit dat er alleen driejarigen worden getest. Voor hengsten die het onderzoek in het zesde jaar doen, bestaat het verrichtingsonderzoek uit 10 driejarigen en 10 vierjarige. Het feit dat nu alle nakomelingen geprikt worden, geeft een eerlijker beeld. Hengsten met veel nakomelinge waren in het verleden, toen de helft van de te testen nakomelingen nog door de eigenaar mocht worden uitgezocht, in het voordeel. Nu maakt het niet uit of een hengst veel of weinig nakomelingen heeft. Tijdens de ABFP-test worden de paarden beoordeeld voor de basisgangen, de geschiktheid als rijpaard, menpaard en tuigpaard, het karakter, bewerkbaarheid en uithoudingsvermogen. In het geval minder dan 20 paarden van een hengst getest worden, worden geen nieuwe nakomelingen geprikt. De te weinig geteste nakomelingen worden als van slechte kwaliteit beschouwd en worden als zodanig in de beoordeling meegenomen. Globaal geldt de vuistregel, dat per te weinig getest paard een half punt van het gemiddelde van de hengst in mindering wordt gebracht. Exterieur Voor de beoordeling van het exterieur worden de keuringsresultaten meegenomen van driejarige en eventueel oudere nakomelingen. Beoordelingen van veulens, enters en twenters spelen geen rol meer. Gegevens die bij de beoordelingen een rol spelen zijn, de primeringen en de resultaten het lineaire scoren. Fokwaarden De beoordeling van het nakomelingenonderzoek vindt plaats op ruwe data als sterpercentages, gemiddelde scores in het verrichtingsonderzoek, etc. De meeste nadruk ligt echter op de geschatte fokwaarden voor exterieur en sportaanleg. Fokwaarden geven het meest betrouwbare inschatting van de genetische aanleg van een hengst. In de fokwaardeschatting wordt gecorrigeerd voor niet genetische factoren (leeftijd, jurylid, geslacht, etc.). De belangrijkste correctie vindt plaats voor het genetische niveau van de moeders van de nakomelingen. Dit is van groot belang, omdat de ene hengst bij kwalitatief betere merries gebruikt wordt dan de andere. Een hengst, bijvoorbeeld, met een vrij laag sterpercentage, desondanks een gunstige fokwaarde krijgen als deze hengst gebruikt is op matige merries. Hetzelfde geldt, maar dan andersom, voor hengsten die alleen goede merries hebben gedekt. Op deze wijze zijn hengsten goed vergelijkbaar, ongeacht de kwaliteit van de merries die ze gedekt hebben.
Besluitvorming Uit de beoordeling van het nakomelingenonderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: 1 De fokwaarde van een hengst is positief en er zijn 40 nakomelingen of meer gekeurd: de hengst wordt goedgekeurd. 2 De fokwaarde van een hengst is positief en er zijn minder dan 40 nakomelingen: de hengst wordt voorlopig goedgekeurd. De hengst behoudt z’n dekvergunning met een limiet van 180 dekkingen. De hengst zal het volgende jaar opnieuw beoordeeld worden. 3 De fokwaarde van een hengst is niet positief en er zijn 40 nakomelingen of meer gekeurd: de hengst verliest z’n dekvergunning. 4 De fokwaarde van een hengst is niet positief en er zijn minder dan 40 nakomelingen: de hengst wordt ‘op wacht‘ geplaatst. De hengst heeft voor het volgende jaar geen dekvergunning en mag niet deelnemen aan de hengstenkeuring. De hengst zal het volgende jaar opnieuw beoordeeld worden. Goed- en afkeuringsbeleid Binnen het KFPS is het afgelopen jaar gediscussieerd of het nog wenselijk is hengsten op basis van het nakomelingenonderzoek, de dekvergunning af te nemen. Gesteld zou kunnen worden, dat met de grote hoeveelheid informatie die van de hengsten gepubliceerd wordt, het op non-actief zetten van de hengst niet meer noodzakelijk is. De leden/fokkers zouden zelf in staat moeten zijn deze beslissing te nemen. Vastgesteld is dat de verstrekte informatie nog onvoldoende zijn ingeburgerd. Besloten is om alleen die hengsten voor de fokkerij uit te sluiten die een negatieve invloed op de fokkerij hebben. Resultaten van het nakomelingenonderzoek 2008
* Van deze hengsten konden uit de eerste twee jaargangen onvoldoende dieren geprikt worden voor het verrichtingsonderzoek. Beide hengsten zullen in de loop van 2009 het nakomelingenonderzoek afronden.
| |||||||||||||||||||||||||||||||